Blaudzun in FLUOR

Ergens in 2012 werd ik gegrepen door een prachtige single van Blaudzun, Flame on my head. Zeer waarschijnlijk kwam deze destijds voorbij op 3FM die toen nog als hoofdzender geprogrammeerd stond. Tijden veranderen.
Kan ook zijn dat dit destijds een van de artiesten was die een grote minuut hun nieuwe muziek bij de Wereld Draait Door mochten spelen. Tijden veranderen.
Deze single kwam van zijn toen al derde album dat hiermee zijn doorbraak naar het grotere publiek was. Sinds die tijd is Blaudzun met een grote productiviteit albums blijven maken en heeft hij stilaan al vele radiohitjes in het alternatieve circuit op zijn naam staan. Wij begonnen hem live te volgen en hebben hem in de eerste opvolgende jaren aantal malen live gezien wat altijd goede energieke en muzikale optredens waren. Eerlijk is eerlijk, ik herinner mij ook nog het optreden in Paradiso in 2014 waarbij de bas veel te hard stond afgesteld waardoor meerdere mensen met oorpijn de zaal verlieten, waaronder ikzelf. Gelukkig dragen tegenwoordig ook steeds meer mensen standaard hun oordoppen ter bescherming. Tijden veranderen, nu ik nog.

De laatste jaren stond Blaudzun niet meer standaard op ons livelijstje. Natuurlijk mede door corona, maar zijn muziek was een beetje uit mijn gehoor verdwenen. Totdat ik ergens eind april zag dat hij kwam optreden in FLUOR, in zijn (en ons) eigen Amersfoort en ik opeens weer zin kreeg om spontaan twee tickets te kopen. Omdat het concert naderde ben ik de afgelopen weken ook weer even in zijn meer recentere repertoire gedoken en dan blijkt dat hij gewoon altijd doorgegaan is met wat hij al deed. Kwalitatief hoogstaande nummers maken. Zo kregen we op voorhand nog meer zin in het optreden van afgelopen vrijdag die inmiddels ook volledig uitverkocht was.

In een vol en warm FLUOR speelde Blaudzun zijn melodieuze nummers en dan blijkt weer hoe goed zijn songs in elkaar zitten, maar vooral wat een geweldige krachtige stem hij heeft dat je een instrument op zich kan noemen. Begeleid door een band van enorm goede muzikanten (zagen wij daar Danny van Mister and Mississippi enthousiast op de bas?) speelde Blaudzun een uur en 3 kwartier lang zijn indiepoprock die dankbaar door het publiek werd ontvangen. Het publiek wat gemiddeld uit veertigers bestond werd ook nog gevraagd om mee te doen aan een sit-down, wat je niet helemaal verwacht bij een Blaudzun show, maar de aan het eind van de avond wat strammere lichaamsdelen deden bijna allemaal enthousiast mee. Zo waren wij toch weer getuige van een avond met heerlijke muziek en nummers en wordt het tijd om Blaudzun weer toe te voegen aan ons live-lijstje. Goede muziek komt altijd weer terug. Valt dus wel mee hoe de tijden veranderen.

Een avond in Ronda

Of en wanneer een concert ‘legendarisch’ is, is over het algemeen subjectief. Queen op Wembley, the Beatles op het dak van het Apple Corps gebouw in London en Lenny Kravitz in Paradiso worden algemeen beschouwd als legendarische concerten. Gisteren was op zijn zachts gezegd een memorabele avond in Ronda, Utrecht. De avond opende met driemansformatie Fox Royale. Een ‘highschool’ bandje met slechts 7 tracks op Spotify, maar met een enorme dosis enthousiasme. Het hele repertoire wordt afgewerkt en ook de nieuwe single Daylight werkt aanstekelijk en bereid het publiek voor op de hoofdact. Het duurt een half uurtje voor de change over waarbij het toch bizar blijft om de leden van Fox Royale met hun eigen instrumenten en apparatuur te zien sjouwen. De zaal wordt langzaam aan ongeduldig en dan worden de zaallichten gedoofd…

Vanaf de eerste noot van Young the Giant merk je meteen dat we het hier niet over een eendagsvlieg hebben. Het geluid van deze band komt direct binnen en vormt een groot contrast met de support act. Alles draait om de muziek bij de 5 mannen uit Irvine Californië. Geen visuals, geen vuurwerk, alleen maar schitterende klanken die het publiek 18 nummers lang laten dansen, klappen, weten te raken maar vooral laten genieten. Bij Cough Syrup en Mind over Matter wordt er ook uit volle borst meegezongen door de 2.000 bezoekers. Zanger Sameer Gadhia is duidelijk het uithangbord van de andere ‘nette’ bandleden. Gestoken in zijn witte outfit danst hij zwoel en rytmisch over het podium. Het charisma spat er af. Maar wat vooral blijft hangen is zijn stem, die ondanks zijn energie onder alle omstandigheden staat als een huis. Muzikaal gezien oogt medeoprichter Jacob Tilley als het muzikale hart van de band. Als leadgitarist en toetsenist neemt hij ons mee op een reis langs alternatieve rockmuziek, dansbare pop en het breekbare Firelight. De overige drie muzikanten spelen wat meer een bijrol maar zijn onmisbaar in het geluid van de band. Met deze kwaliteit hadden ze makkelijk Afas Live plat kunnen spelen en hopelijk voor ze, wordt dat de volgende stop bij hun bezoek aan Nederland. Hopelijk duurt dit dan niet weer 4 jaar. Want na het bezoek aan deze band gun je iedereen een avondje Young the Giant. Voor een korte introductie van de band, een lijstje met 5 bekende en minder bekende nummers.

Chef’Special 15 jaar (Live)

Chef’Special bestaat 15 jaar en dat mag gevierd worden! Na eerder dit jaar al een grote show in de Ziggo Dome gegeven te hebben volgt er nu nog een korte clubtour die op zondag TivoliVredenburg heeft aangedaan. 
Toen de band begon was mijn dochter 1 jaar en sinds een jaar of 5 volgt ze deze band met bovenmatige aandacht waardoor ik ze al twee keer met haar heb gezien in de AFAS live. Maar nu staat er dus een clubshow op het menu wat door deze schrijver op voorhand meer gewaardeerd wordt dan de grote zalen. 
Wikipedia omschrijft de stijl als een eigen mix van funk, rap, pop, rock, ska en een beetje reggae. Dit is dan ook precies wat het publiek in een uitverkochte Tivolivredenburg voorgeschoteld kreeg.

Ruim anderhalf uur speelde de band hun bekendste nummers afgewisseld met enkele nieuwe songs. Leadzanger Joshua Nolet was de aanvoerder van de 5-koppige band die voor de gelegenheid was aangevuld met de blazers ‘The Goldenboys’ die het jubileumfeestje met veel enthousiasme meevierden. 

Een extra schout-out ging vanuit zanger Joshua naar de doventolken die aan de zijkant van het podium de hele show de muziek naar gebarentaal aan het vertalen waren. Ze waren mij nog nooit eerder opgevallen, maar nu de nadruk hierop gelegd was bleef ik kijken naar de geweldige prestatie die de doventolken de hele avond enthousiast leverden.

Alles was aanwezig voor een heerlijke muziekavond. Een goede band met veel hits. De zanger die bij “Biggest Monkey” de hele zaal via het balkon doorkruiste. Een sit down, blazers, een enthousiast en gevarieerd publiek. Alle ingrediënten om de ‘Chef’Special’ nog eens 15 jaar uit te serveren.

Blood Red Shoes (Live)

Steven Ansell op drums en Laura-Mary Carter op gitaar en zang en je hebt een duo dat samen een heerlijke wall of sound kan voortbrengen. Dit doen ze al sinds 2004 onder de naam Blood Red Shoes.
Het indierockduo uit het muzikale Brighton deed sinds lange tijd ons land weer aan en dat hebben we gehoord.

Muzikaal gezien is het wat minder fijnbesnaard dan veel andere acts die we bezoeken, al weet Laura-May zeker wel heel fijn de snaren van haar gitaar te beroeren. Samen met de opzwepende drums van de onvermoeibare Steven werd het ene na het andere uptempo nummer, gecombineerd met hele catchy gitaarrifs over een uitverkocht Ekko gesmeten. Goed geproduceerde indierock die toch zijn gruizige feel weet te behouden.
Gewoon heel fijn om eens een avond lekker door te knallen en om je achteraf nog te blijven verwonderen dat een tweetal goede muzikanten zo’n fijne brok herrie weet voort te brengen.

https://www.setlist.fm/setlist/blood-red-shoes/2023/ekko-utrecht-netherlands-53a24f3d.html

The Bug Club

De zomerstop zit er weer op en de deuren van het clubcircuit worden door het hele land weer geopend. In de maanden juli en augustus speelt het livecircuit zich voornamelijk af op de vele festivals die Nederland rijk is, maar donderdagavond was voor mij weer het eerste concert met een dak boven ons hoofd. 
Op papier zou dit een hele fijne kunnen worden: The Bug Club in Ekko, gewoon een van de gezelligste zaaltjes in Nederland. Ik kende deze band nog geeneens erg goed. Maar sinds vorig jaar komen er met regelmaat af en toe lekkere nummers in mijn algoritme voorbij. Korte gammele lo-fi nummers die stuk voor stuk erg lekker in het gehoor liggen, wat al genoeg reden was om twee kaartjes voor dit concert aan te schaffen.

Na een verrassend leuk voorprogramma van Cardigan Inn klommen de drie bandleden van the Bug Club om 21:00 het podium op. De jonge driehoofdige band uit Wales speelde vanaf minuut één hun puntige lo-fi indierock vol overgave. Gitaar, bas en drums, meer is er eigenlijk ook niet nodig om lekkere rock over te brengen. Korte nummers van twee/drie minuten werden in hoog tempo van het podium af gesmeten. Muziek waar de jaren ‘90 vanaf druipt, maar wel met de frisheid van de huidige tijd. De energie die de band gaf werd dankbaar omarmd door het aanwezige publiek. Aan het eind van de avond stond iedereen met een grote glimlach op zijn gezicht te luisteren naar the feel-good indierock van the Bug Club. Na een uur en tien minuten hield de sympathieke band het voor gezien maar dit was ook voldoende. 20 nummers gespeeld en met misschien wel het leukste concert van dit jaar is het najaarsseizoen weer heerlijk van start gegaan.

https://www.setlist.fm/setlist/the-bug-club/2023/ekko-utrecht-netherlands-73a2a279.html

Tango in the night

Een van die fijne dingen aan Italië zijn die mooie historische dorpjes die zo goed bewaard zijn gebleven. Een van die dorpjes is het schilderachtige Orta San Giulio aan het Ortameer, een klein meertje ten westen van het Lago Maggiore. In dit dorpje met zijn historische straatjes lijkt het alsof de tijd enigszins stil heeft gestaan. Dit is zo’n ouderwets dorpje met kleine steegjes en trappetjes die uiteindelijk uitkomen op het Piazza Motta, een sfeervol plein met allemaal restaurantjes. Vanaf het plein kijk je uit op het historische eilandje Isola San Giulio met een kerkje, een klooster en enkele huizen. Een eilandje waar je alleen met een taxibootje kunt komen die ook aangemeerd liggen aan het centrale plein. In de zomermaanden is het dit plaatsje erg toeristisch, al kun je hier nog wel gewoon rondlopen zonder voetje voor voetje langzaam vooruit te moeten schuifelen.

Voor het tweede achtereenvolgende jaar waren wij op vakantie in dit dorpje en wij zijn dan ook bijna dagelijks naar dit plaatsje gewandeld voor een café lungo of om even een hapje te eten in een van de vele restaurantjes. Daar waar vorig jaar op de donderdagavond een band allemaal nummers van the Beatles speelde, die op de terrassen dankbaar mee werden geneuried was er dit jaar op de donderdag een band die een gevarieerd jaren ’80 repertoire speelde. Live muziek doet het altijd goed onder vakantiegangers en geeft dit dorpje dan net die extra gezelligheid die bij een zomervakantie hoort. Maar op de maandag klonken er dit jaar andere muzikale geluiden toen wij de straatjes naar het plein aan het afdwalen waren. Toen wij het plein opliepen zagen we vrouwen die gekleed waren in mooie avondjurken en mannen in pantalon met een een net overhemd. Ze vielen toch net wat uit de toon bij de overige toeristen op het plein. Deze mannen en vrouwen deden mee aan een tango-avond waarbij ze door middel van gekleurde armbandjes aan elkaar gekoppeld werden voordat ze zich volledig overgaven aan hun tango. De begeleidende Argentijnse muziek, de vol passie dansende paren en het Piazza Motta dat zich langzaam in een sfeervol verlichte dansvloer transformeerde. Eindelijk wist ik waarom Fleetwood Mac het nummer “Tango in de night” had geschreven.

Sinéad

Maandag 26 juli kwam opeens het bericht dat Sinéad O’Connor was overleden. Over de doodsoorzaak werden geen mededelingen gedaan. Dat zinnetje maakt het dat iedereen wel een vermoeden heeft, maar dat dit nu uit respect onuitgesproken blijft. In eerste instantie nam ik het nieuws van haar overlijden voor kennisgeving aan. Waarschijnlijk omdat dit de week voor onze vakantie was, dus was ik drukker met de afronding op mijn werk en de voorbereiding voor onze reis naar Italië. Gedurende de inmiddels begonnen vakantie merkte ik dat ik toch steeds vaker aan haar overlijden terug dacht en op Spotify met regelmaat haar muziek op ging zoeken. Hierbij meed ik steeds het nummer “Nothing compares to you” aangezien dit nummer, hoe mooi ook, toch voor een overkill had gezorgd in 1992 en de jaren erna. Uiteindelijk heb ik dit nummer nog wel even aan mijn dochters laten luisteren als onderdeel van de muzikale opvoeding. Maar één keer was ook meer dan voldoende.

Bij het beluisteren van haar eerste twee albums werd ik toch terug gestuurd naar mijn jeugd. Bij het beluisteren van “Troy” bedacht ik mij weer hoe bang ik destijds als 13 jarige jongen voor dat nummer was. Aangezien mijn zus en haar vriendin dit toen erg goed vonden kwam hij met regelmaat voorbij. Nu begrijp ik niet meer waarom ik er bang voor was, want dit nummer is van een ongelooflijke schoonheid. Misschien dat je voor dit nummer wel iets ouder moet zijn om het te begrijpen, al werd het buiten Nederland verder ook niet al te goed opgepakt. Ik weet nog wel dat ik dit eerste album in die tijd bij de bibliotheek had geleend zodat ik hem vervolgens op een TDK cassettebandje kon zetten. Wat ik toen al wel erg goed vond is het eerste nummer van dat album: “Jackie”. Wat mooi om dat album zo te beginnen. Dit nummer werd gevolgd door het opzwepende “Madinka”, een nummer dat ook de tand des tijds heeft doorstaan en nu nog steeds net zo prettig in het gehoor ligt. Ook op haar tweede album staan heerlijke nummers als “The emperor’s new clothes”, “Last day of our acquaintance” en “Black boys on mopeds”. Dit laatste nummer werd na haar overlijden in prachtige eenvoud gecoverd door Grian Chatten, de frontman van Fontaines D.C.. Zo eenvoudig, de zanger en zijn gitaar, dat het keihard binnen kwam daar aan het Iseomeer. (tekst gaat verder onder de video)

Haar latere albums werden vaak meer overschaduwd door de protestacties van Sinéad O’Connor en door de berichten over haar labiele gesteldheid. Zonde eigenlijk dat wij de zangeres vooral herinneren als degene die de foto van de paus doormidden scheurde en minder door de goede muziek die ze gemaakt heeft. Inmiddels al tweeënhalve week na haar overlijden zit ik inmiddels aan het Ortameer nog met regelmaat naar al die goede hierboven benoemde nummers te luisteren en besef ik dat Sinéad O’Connor een enorm belangrijk onderdeel van onze muziek geschiedenis is en anders zeker een belangrijke fase was in het ontdekken van mijn eigen muzikale identiteit.

Sommer ’23

Bij iedere goede trip hoort een passende afspeellijst. Zo ook deze zomer weer, waar voor een weekje Beieren een lijst werd samengesteld. Alle passagiers 50 nummers en het liefst zo min mogelijk uit de lijst van vorig jaar. Dat levert voor onderweg een mooie dosis muziek op, van meezingers tot nieuwe plaatjes en onbekende bandjes.

De band die er deze zomer uit springt, is het bandje Lord Huron. Als ik zeg bandje doe ik dit viertal wel wat tekort, want met 14 miljoen luisteraars per maand hebben ze toch een behoorlijke schare fans opgebouwd. De term ontdekking is op persoonlijke titel, want de band bestaat al meer dan tien jaar. Wat in 2010 startte als een soloproject van leadzanger Ben Schneider, groeide in 2012 uit tot de huidige bezetting. Als je de muziek in een hokje zou moeten stoppen dan wordt het surfrock, maar er zit van alles in, van rock tot western. Het luistert in ieder geval erg prettig weg, de meerstemmige zang en de waas die over de muziek hangt, geeft een heel eigen geluid. Echte vakantiemuziek als je het mij vraagt.

Om goed kennis te maken met de band zou je het album Strange Trails uit 2015 eens moeten luisteren, maar voor de eerste kennismaking hebben we alvast drie pareltjes geselecteerd. Luister en geniet.